logo nhbm jpg 128x108 RGB

Een Vermaning raakt op drift

Woord vooraf
Bladerend in het gemeenteblad "BERICHTEN voor de Doopsgezinden in Zaanstreek-Noord" van augustus 1972 werd mijn aandacht getrokken door een artikeltje over de oude Vermaning of Doopsgezinde kerk van Wormer, geschreven door  Ds. W.H. Kuipers.
Hij schreef hierin dat dit oude gebouw meer dan 100 jaar geleden overgebracht was naar de Westzijde in Zaandam. Hierdoor nieuwsgierig geworden heb ik besloten eens te onderzoeken hoe de vork in de steel zit.

Auteur Jelle van der Weide

 EEN VERMANING RAAKT OP DRIFT

WORMER

De Doopsgezinde gemeente te Wormer is waarschijnlijk één van de oudste Doopsgezinde gemeenten in Noordholland. Rond het jaar 1530 woonden er reeds Wederdopers (Doopsgezinden ) in Wormer, welke door de Rooms-katholieke overheid fel werden vervolgd. Verscheidene Wederdopers, welke zich van de katholieke kerk afkeerden, werden ter dood gebracht. Maerten Donck, pastoor te Wormer, was een van de meest fanatieke vervolgers en lid van de Inquisitie in de Nederlanden.
De Wederdopers hielden in het begin in het geheim godsdienstoefeningen in afgelegen huizen of boerderijen. Later werd door de dan Gereformeerde overheid gedoogd, dat ze hun godsdienstoefeningen in een onopvallend kerkgebouw mochten houden, welke vanaf de openbare weg niet zichtbaar mocht zijn.
Zo stond de oude Vermaning een stukje van de openbare weg af op een erf wat lag achter het huidige perceel no. 302 aan de zuidzijde van de Dorpsstraat te Wormer.
Dan rijst de vraag, wanneer is daar een Vermaning gebouwd?
We maken even een sprong in de tijd naar het begin van de 19de eeuw. We gaan even op bezoek bij de Rijper Sociëteit. Deze Sociëteit is in een ver verleden opgericht door Doopsgezinde gemeenten in het Noorderkwartier (boven het Noordzeekanaal) om armlastige broedergemeenten te ondersteunen.

**********

De eeuwenoude Hervormde (voorheen Rooms-katholieke) kerk te Wormer is door de tijd heen zwaar in verval geraakt. Op 10 juli 1807 is ze voor afbraak verkocht, met het doel om een nieuw godshuis te bouwen. De inwijding van de nieuwe kerk heeft plaats gevonden op 12 november 1809 door predikant S.A. Arntzen.
Gedurende de periode van afbraak en nieuwbouw mochten de Hervormden by vriendelijke schikking hun godsdienstoefeningen in de Vermaning houden. Hiervoor is aan huur 110 gulden betaald.

**********

De Doopsgezinde gemeenten Wormer en Jisp, welke reeds heel lang samenwerken, hebben beide een Vermaning welke oud en bouwvallig is.
In de notulen van de vergadering van de Rijper Sociëteit, gehouden op 4 augustus 1813, schrijft men o.a. het volgende (1):

Tekst bladzijde3

We lezen: " ....dan die van Jisp haar geld ontvangende stellen voor daar zij gecombineerd zijn met Wormer of de eene Kerk niet kan worden verkocht, daar de Kerk van Wormer met een oud huis en oude brug bezwaard is, en de Kerk en pastorij te Jisp bij elkander staan, die daar en boven 's jaarlijks Fl. 100 aan de predikant geven en die van Wormer niets en alzo er voor zoude zijn om de Kerk te Wormer te roijeeren ".

Men bedoelt met een oud huis de pastorie die voor de Vermaning staat. Dit huis is door een belangstellend lid van de Doopsgezinde gemeente te Wormerveer op 't Zuid geschonken.

Interieurblz3

Interieur Vermaning Wormer eind 18de eeuw.
Bron: Monument voor de Doopsgezinde Gemeenten aan de Zaan.

De Rijper Sociëteit vergadert één maal in de twee jaar. In de notulen van de vergadering, gehouden op 9 augustus 1815 schrijft men o.a. (2):

Tekst blad 4

We lezen: "....naar het scheijden der Vergadering op 4 aug 1813 wierd door die van Jisp voorgesteld om de Kerk van Wormer te rooijeeren en die met Jisp te vereenigen. Waarop die van Jisp heden ter vergadering sijn binnen versogt, hier over gedelibereerd sijnde is besloten die van Wormer te hooren.
Die hier op rapporteeren dat de meeste leeden te Wormer woonagtig sijn en ook dat de Kerk aldaar veel hegter en sterker is als die van Jisp. Waar op besloten is dat aan de beide bovenstaande gemeentens over te laaten ".

De twee gemeenten zijn het dus duidelijk niet met elkaar eens. Deze situatie blijft voorlopig voortbestaan en de beide oude Vermaningen zullen het nodige onderhoud vergen.

In het "Jaarboekje voor de Doopsgezinde Gemeenten van het jaar 1837 " lezen we het vervolg (3):
"In deze, door het overlijden van den Eerw. F. van der Wey vacante Gemeente werd in het jaar 1831 beroepen de Proponent C. Cardinaal Jr. Prof Muller stelde hem den 20sten Januarij des volgenden j aar s aan de Gemeente voor, des namiddags hield hij zijne intrede.
In het begin van 1834 naar de Gemeente van Warga beroepen, vertrok hij in de maand April derwaarts, nadat de twee tot dusver gescheidene Gemeenten van Wormer en Jisp vereenigd waren, ten gevolge waarvan het Kerkgebouw op de laatstgemelde plaats afgebroken, en het ander, alsmede de Pastorij, een geschenk van een belangstellend lid der Gemeente te Wormerveer op 't Zuid, verbeterd werd".

De Jispers trekken dus aan het kortste eind. Het verhaal gaat dat in de Wormer Vermaning de Jisper leden aan de ene kant van de kerk en de Wormer leden aan de andere kant zaten.
Doch de Vermaning van Wormer blijft een zorg. Het gebouw wat reeds jarenlang aan verzakking onderhevig is, komt zo scheef te staan, dat het moet worden gestut met balken om het overeind te houden. (4)
In het jaar 1849 komt de kerkenraad tot de conclusie dat de situatie onhoudbaar wordt. Men raadpleegt deskundigen, waaronder de heer Scholten, stadsarchitect te Purmerend en men komt tot de conclusie dat er een nieuwe Vermaning gebouwd moet worden. (5)

Nieuwbouw Vermaning 1850
Men gaat over tot het maken van plannen voor de bouw van een nieuwe Vermaning.
Dominee Gerbrand Vissering schrijft in december 1849 de broedergemeenten aan met het verzoek om hen financieel te willen ondersteunen. (6) Hij schrijft o.a.:
".... Behoefte hebbende aan de hulp onzer Doopsgezinde geloofsgenoten nemen wij de vrijheid ons ook tot U te wenden en onze belangen U aan te bevelen. De reden waarom wij die hulp inroepen is U wel niet meer onbekend.
Het kerkgebouw onzer gemeente namelijk van hout opgetrokken en omtrent 200 jaren oud, leed reeds sedert lang aan verzakking, doch deze is in den laatsten tijd zoo zeer toegenomen, dat wij hetzelve met stevig palen moeten schoren, ten einde het tegen omvallen of instorten te beveiligen. In het eerst meenden wij dat er nog herstelling mogelijk was.... ".


U zult later lezen waarom hier de nadruk op de ouderdom van het oude kerkgebouw wordt gelegd.

Op 27 februari 1851 krijgt de Doopsgezinde gemeente Wormer toestemming van de Gedeputeerde Staten der Provincie Noord-Holland om het oude kerkgebouw en erf alsmede de kerkmeubelen te verkopen ten einde met de opbrengst hiervan een nieuw kerkgebouw te kunnen bekostigen. (7)

LezenaarArmatuur

                                Lezenaar.                                          Armatuur voor doopbekken.

Lezenaar en armatuur in de huidige Vermaning, zijn afkomstig uit de oude houten Vermaning

Tekst bladzijde 6

Het notulenboek van de burgerlijke gemeente Wormer (8) vermeldt dat op 28 september 1849 dominee G. Vissering namens de Doopsgezinde gemeente vraagt om een nieuwe Vermaning te mogen bouwen op een erf kadastraal bekend onder sectie C no.155. Dit erf is eigendom van de burgerlijke gemeente.
De gemeenteraad heeft liever dat men op een ander erf bouwt, maar is niet ongenegen dit erf toch in erfpacht uit te geven. Men zal authorisatie vragen van Zijne Majesteit de Koning. De bouw op dit erf is om een of andere reden afgeketst.

Op 7 juni 1850 koopt de Doopsgezinde gemeente (9) van Hendrik Timmer,verwer te Wormer, een erf of stuk grond ter lengte van 26 ellen en ter breedte van 14 ellen. Dit stuk maakt deel uit van het perceel sectie C no. 219 en krijgt het kadastrale nummer 727.
Dit erf ligt wat oostelijker aan de noordzijde van de Dorpsstraat. De koopsom bedraagt 150 gulden. (C. Mol schreef in zijn boek "Uit de geschiedenis van Wormer ":....het Kerkbestuur kreeg in 1849 van de burgerlijke gemeente de beschikking over een perceel grond.... Dat is dus niet juist.)
Hier wordt definitief de nieuwe stenen Vermaning gebouwd. Heden Dorpsstraat 371. De eerste stenen zijn gelegd op l juli 1850 door de diakenen J. Rem, D. Banning en C. Valk. (10) Jan Rem is de Waterloo-veteraan, welke later veldwachter in Wormer wordt.
Deze Vermaning is in het jaar 1932 voorzien van een nieuwe voorgevel.

Stenen vermaning

Vermaning, Dorpsstraat 371 te Wormer.
Tekening Dick Vonk 1996.

In het Doopsgezind jaarboekje van het jaar 1850 schrijft men het volgende over de bouw van het kerkje (11):
" ...Men bracht hiertoe uit eigen middelen bijeen wat men kon, en mogt daarna zich in aanzienlijke bijdragen van -welwillende geloofsgenooten verheugen. Zoo raakte men in staat, den 8ste Junij ll. tot eene openbare aanbesteding over te gaan, waarbij de bouw der nieuwe kerk werd toegestaan voor de som van fl. 4250.
Dat gebouw zal van steen worden opgetrokken, en terwijl alles vermeden is wat tot onnodige verfraaijing dienen zou, is men met de grootste naauwgezetheid bedacht geweest, om aan hetzelve hechtheid, duurzaamheid en onkostbaar onderhoud te verzekeren; van hier, dat eene wat grooter som vereischt wordt, dan nodig wezen zou, zoo men alleen het oog had geslagen op de behoeften der naaste toekomst... ".

GedenksteenOp de jaarvergadering van de Rijper Sociëteit in 1851 vraagt de Doopsgezinde gemeente Wormer-Jisp een bijdrage van fl. 400 alsmede fl. 100 voor een ijzeren hek. Men krijgt fl. 340

Gedenksteen, ingemetseld aan de binnenzijde van de voorgevel.





Verkoop oude houten vermaning

Op donderdag 27 februari 1851, om zes uur namiddag, vindt in herberg Het Moriaanshoofd te Wormer de openbare verkoping plaats van de opstal van de oude Vermaning voor afbraak, alsmede de erven. (12) De percelen, liggende ten zuiden van de wegsloot, zijn de volgende.
Kadaster sectie C:
No. 529 kerk en erf, groot twee roeden, veertig ellen.
No. 530 erf, groot twee roeden, vijftig ellen.
No. 532 erf, groot acht roeden, 40 ellen.
Te samen dertien roeden, 30 ellen, (dit is dertien are en dertig centiare).
De verkoop zal plaats vinden bij opbod en bij afslag.

De verkoopvoorwaarden vermelden o.a.:
"Tot den opstal wordt gerekend te behooren de heijing van 't gebouw, welke de kooper zal mogen uitgraven, zoomede het secreet en 't hekwerk. Al wat overigens niet aard of nagelvast is blijft van den verkoop uitgesloten. De afbraak van het gebouw, het uitgraven van de heijing en de vervoer van het gesloopte moet zijn afgeloopen den vijftienden April dezes loopende jaars ".

De drie erven zijn gekocht door Willem Wezel, Meester Schuitemaker, welke in het naastgelegen pand woont, voor de som van 180 gulden.
Het kerkgebouw tot afbraak is gekocht door Willem Pietersz. Dekker, van beroep verwer (schilder) wonende te Zaandam, voor de som van 488 gulden.
Het oude kerkgebouw zal echter een nieuw leven gaan leiden. Het houten gebouw is na de verkoop ter plekke gedemonteerd en gereed gemaakt voor vervoer naar Zaandam.

Zaanse houten huizen en gebouwen werden door de eeuwen heen als het ware, als een bouwpakket in elkaar gezet. Het houten skelet bestaat uit een aantal gebinten, welke op zich door middel van een pen en gat verbinding in elkaar worden gezet en vernageld met zo geheten houten toognagels. Zo kan het gebouw na eeuwen nog vrij eenvoudig worden gedemonteerd.

**********

Hoogstwaarschijnlijk is het gedemonteerde pand met een schuit vervoerd over de Karnsloot (vroeger Middelveersloot) via de Bartelsluis over de Zaan naar de Molenbuurt (huidige Westzijde) te Zaandam. Willem Pietersz. Dekker, daar woonachtig, heeft het pand in het jaar 1851 weer laten opbouwen op de plaats van zijn boomgaard (toen kadaster sectie G no. 406) bij zijn huis en schilderswerkplaats. Hier is het in gebruik genomen door het kerkgenootschap "De Vergadering der Geloovigen", waarvan Willem Dekker lid is.

Ouderdom oude houten vermaning
De vraag rijst, wanneer is de houten Vermaning in Wormer gebouwd?

We laten eerst de heer Gé Sombroek van Somass Bouwbedrijf B.V., expert op het gebied van historische Zaanse houtbouw, aan het woord.
De heer Sombroek heeft een gedegen onderzoek gedaan naar het pand en komt tot de volgende conclusie:
"Westzijde 181 Zaandam, voormalig Doopsgezinde Vermaning, die tot 1851 op het achtererf van Dorpsstraat 302 in Wormer heeft gestaan
Het pand heeft een grondvlak van 7.00 x 14.50ml en heeft een goothoogte van plm 5.50 m.

GebintenHet is gebouwd volgens de typische houtskeletmethode van vrijdragende gebinten. Steeds twee zware houten gebintpoten met een lengte van plm. 5.50 ml die aan de bovenzijde d.m.v. een getoogde pen en gat verbinding verbonden worden met een zware horizontale ligger.
De hoekversteviging tussen beide elementen wordt gevormd door een schuine schoorverbinding (de zogenaamde korbeel) die eveneens met een pen en gat verbinding en toognagels in beide onderdelen poot en ligger verankerd wordt
Ter plaatse van de (waarschijnlijk) voormalige koorgang is op verdiepingshoogte bij het eerste vrijstaande gebint een tussenligger met korbelen aangebracht. Deze constructie en tussenligger komen exact overeen met het getekende interieur van de Vermaning zoals hij moet zijn geweest.
Gebintpoten die wij konden zien hebben een afmeting van 200x200 mm. Gebintlegger 200x300 mm en de holle korbelen die onder een hoek van 52 graden waren aangebracht meten 200x250 mm. De gebintpoten zijn aan de buitenzijde volledig ingekeept voor de getrapte weegbeschieting aan de buitenzijde.
Het zichtbare gebint had slecht één dunne vaalgrijze verflaag en kan aangebracht zijn na de verplaatsing. Ook is nog een klein stukje te zien van het koorhek, wat ook kan dateren van na 1851.
De wandbeschieting binnen in het gebouw is van geploegd en gemesde delen voorzien van een kraal die al voorkwam in de periode 1850-1880.
De wandgedeeltes boven de koorgang (is nu zolder) zouden wel oorspronkelijk kunnen zijn.
Dit zijn dunne grenen en wagenschot deeltjes die met dezelfde vaalgrijze kleur beschilderd zijn als de gebinten.
Maar onder deze verflaag bevindt zich een hemelsblauwe kleur die wellicht de oorspronkelijke interieurkleur van de Vermaning kan zijn geweest.
Het is moeilijk om aan de hand van het enige zichtbare gebint het oorspronkelijke bouwjaar bij benadering te bepalen, aangezien deze gebintmethode toegepast werd vanaf 1625 t/m 1850
Wel waren vaak in de beginperiode 17de eeuw de gebintpoten breder dan dikker 250-280 x 200 mm en de ligger lag dan vaak aan één zijde van de gebintpoot gelijk, maar dat was geen wet.
Het zou dus niet onmogelijk zijn dat het pand dateert uit halverwege de 17de eeuw.
Verschillende vloerdelen hebben een behoorlijke breedte en zijn voorzien van een losse veer.
De kap is niet oorspronkelijk en is gemaakt van badding hout en heeft een vrij flauwe dakhelling plm.  35 graden. Oorspronkelijk is het waarschijnlijk een 52 graden kap geweest al blijft dat ook gissen ".


Met koorgang wordt het balkon bedoeld en met het koorhek de balustrade hiervan.

Uit verder archiefonderzoek komen we de volgende feiten tegen:
a)
C. Mol schrijft in zijn boek "Uit de Geschiedenis van Wormer" op pagina 141:
"..... op een erf over de wegsloot bevindt zich de Mennogesinde Vermaningh, eveneens een houten gebouw, dat ongeveer een eeuw als kerk dienst zou doen, want het werd in 1744 afgebroken en ongeveer op dezelfde plaats vervangen door een ander houten gebouw.... "

De lijst van geamoveerde (gesloopte) huizen en gebouwen in Wormer van 6 maart 1757  (13) geeft echter een andere lezing:
"Volgende die opgegeven zijn op 16 Maart 1745
De Mennonieten Vergadering
165 Het woonhuis op fl. 2-2-0,  gedolleert op fl. 1-0-0. "

No. 165 is het nummer van de verponding (belasting).
Hieruit blijkt dat er in 1744 geen Vermaning maar een woonhuis van de Doopsgezinde gemeente is geamoveerd.
Door bouwvallige huizen te slopen, betaalde men minder belasting. Over kerkgebouwen werd geen belasting geheven.

b)
In De Zaanse Encyclopedie en The Mennonite Encyclopedia staat vermeld dat er in het jaar 1755 in Wormer een nieuwe Vermaning is gebouwd.
De auteurs van deze twee boekwerken hebben de heer C. Mol geciteerd. Dat gebeurt meer.
Als er rond 1750 een nieuwe Vermaning zou zijn gebouwd, dan was deze van veel grotere allure geweest, zoals die in Krommenie en Westzaan op 't Zuid.

c)
Dan lezen we in de notulen van de Doopsgezinde Rijper Sociëteit uit de jaren 1813 en l815 dat de Vermaningen van Wormer en Jisp oud en vervallen zijn.
Het Doopsgezind jaarboekje van 1837 vermeldt dat de Vermaning en pastorie van Wormer nog een keer zijn opgeknapt.

d)
In de brief van december 1849 aan de broedergemeenten schrijft dominee Gerbrand Vissering o.a. dat de kerk omtrent 200 jaren oud is.

e)
Als Doopsgezinden een nieuwe Vermaning bouwden, werd voor financiële ondersteuning altijd de broedergemeenten aangeschreven. Steun van de Gereformeerde overheid was uitgesloten.
Zo blijkt uit Doopsgezinde archieven en uit het archief van de Rijper Sociëteit dat er geen enkele aanwijzing is dat de gemeente Wormer rond 1750 brieven hieromtrent heeft doen uitgaan of anderszins om financiële steun heeft gevraagd.

f)
Een houten gebouw wat rond 1750 gebouwd zou zijn en in l815 vijfenzestig jaar oud is, is normaal gesproken niet oud en vervallen.
De eerste houten Vermaningen, die in de 17de eeuw werden gebouwd, konden zeker 200 jaar en ouder worden.
Om een paar voorbeelden te noemen:
De Vermaning te Knollendam gebouwd rond 1628 en gesloopt in het jaar 1842  (14)
De Vermaning te Krommeniedijk gebouwd rond 1633 en gesloopt in het jaar 1847  (15)
De Vermaning te Krommenie gebouwd rond 1650 en helaas verbrand in 1702  (16)
Ik vermeld laatstgenoemde Vermaning om aan te tonen dat de eerste Vermaningen meestal in de 17de eeuw zijn gebouwd.
Waarschijnlijk is het verzakken van de Vermaningen de belangrijkste reden geweest om tot sloping over te gaan.
Zo lezen we in een verslag van 1847 dat ook de Vermaning te Krommeniedijk
"door verzakking wel twee voet overhelde ".(17)

g)
In het jaar 1677 verzoeken de Doopsgezinde gemeenten Wormer en Jisp om vrijdom van belastingen voor hun opgericht weeshuis. In de resoluties van de Staten van Holland en Westfriesland van 10 mei 1677 lezen we dat deze vrijdom is verleend.
Dit alles in ogenschouw genomen, moet het bouwjaar van de houten Vermaning van Wormer een stuk voor het jaar 1677 liggen.

Een tweede leven
Zo begint de Wormer Vermaning in het jaar 1851 een tweede leven als onderkomen voor de "Vergadering der Geloovigen" te Zaandam. "De Vergadering" sticht in het gebouw tevens een school.
Hoogst waarschijnlijk lag er in het kerkje te Wormer zand op de vloer. Deze traditie heeft men in Zaandam voortgezet. Zand schuurt de houten vloer schoon en blank.

Noordzijde

Kerkgebouw(oude Vermaning) gesticht in 1851 voor de "Vergadering der Geloovigen" in de Molenbuurt.     Nu Westzijde 181 te Zaandam (foto noordkant).

VoorzijdeLinks voorzijde kerkgebouw

 

Hoewel  de  stichtingsgeschiedenis  van het  kerkje  te Zaandam in het blad "Anno", jaargang 2001, niet geheel juist is weergegeven, heeft de heer Dick Kerssens in dit blad een  interessant artikel  geschreven over het tweede leven van dit Doopsgezinde kerkje.

 

Hij schrijft o.a.
“...Op 4 april 1864werd daar met de eerstechristelijke  school begonnen.   Schoolhoofd werd Jacobus Jansen (1838-1919). In 1879 vertrok deeerste onderwijzer naar Rotterdam en meester A.J. van Wijk werd in  zijn plaats benoemd tot opvolger tot 1883.
Daarna werd de in Domburg geboren BarendLabruyère onderwijzer. Hij bleef aan als hoofd tot zijn overlijden op 27 maart 1920.
Zijn dochter Leijntje, die onderwijzeres was, assisteerde hem.
's Zondags werd er zondagschool gehouden door Daniël Bruijn en Cornelis de Ruiter.”

Schoolfoto 1900

Foto rond 1900 genomen aan de noordkant van de kerk, met de leerlingen van de school.
Links Leijntje Labruyère, onderwijzeres en haar vader Barend Labruyère, hoofd.
Rechts op de achtergrond staat het secreet.

In de volksmond werd het kerkgebouwtje de "Halve Schootjeskerk''genoemd.
Elke schooldag werd een aantal schootjes brood in het gebouwtje afgeleverd.
Vele minder bedeelden - men had toen nog veel bedelaars maar ook hongerige kinderen klopten aan bij de school en kerk en ontvingen dan een half schootje brood, om het dan direct te nuttigen. Vandaar de bijnaam.
Een schootje brood bestond uit acht stukjes, elk een gewicht hebbende van een kadetje, maar dan stijf tegen elkaar op een plaat gebakken ".

Op 18 augustus 1972 verkoopt het Kerkgenootschap het kerkgebouw. Westzijde 181, aan de Gemeente Zaandam voor de som van fl. 75.000 en verlaten het pand. De Vergadering van Gelovigen vindt een nieuw onderkomen in een bestaand kerkgebouw, genaamd "Onder de Roeden" te Zaandijk ten zuiden van meelmolen "De Dood".

De gemeente Zaandam, later Zaanstad, verhuurde het pand Westzijde no.181 aan diverse instellingen en verenigingen.
Vanaf 2001 wordt het verhuurd als oefenlokaal aan het "Noord-Hollands Byzantijns Mannenkoor", welke er erg content mee is.
Hopelijk mogen ze in dit voormalig Doopsgezind kerkje met zijn bijzondere geschiedenis, hun zangkunst in lengte van jaren beoefenen.
En dat de eigenaar, de gemeente Zaanstad, dit bijzondere gebouw lang mag koesteren.

Na pagina no. 14 treft u de transportakte aan van de oude Vermaning te Wormer.

Krommenie,  2006

Bronvermelding
SAA   = Streekarchief Alkmaar
GAZ   = Gemeente Archief Zaanstad
SAW  = Streekarchief Waterland te Purmerend
BAW  = Burgerlijk Archief Wormer (1506-1939)
KA 17 = Kerk Archief Doopsgezinde gemeente Knollendam
KA 21 = Kerk Archief Doopsgezinde gemeente Koog/Zaandijk

KA bevindt zich in GAZ.
BAW bevindt zich in SAW.

---------------------------------------------

(1)   SAA, Rijper Sociëtiet inventaris no. 52
(2)   SAA, Rijper Sociëteit inventaris no. 52, 58
(3)   GAZ, Bibliotheek/Tijdschriften inventaris no. 10
(4)   GAZ, KA 21 inventaris no. 18
(5)   Idem
(6)   Idem
(7)   BAW, inventaris no. 843
(8)   Idem inventaris no. 7
(9)   Notaris Hero Stant te Wormer
(10) Archief Doopsgezinde gemeente Wormer, inventaris no. 98
(11) GAZ, Bibliotheek/Tijdschriften inventaris no. 10
(12) Notaris Hero Stant te Wormer, akte no. 16
(13) BAW.inventaris no.300
(14) "De Vier Plaetsen" auteur J. van der Weide
(15) Idem
(16) "De Vermaning te Krommenie 1703 - 2003" auteur J. van der Weide
(17) GAZ, KA 17 inventaris no. C.230

Tekstblz 15

Tekstblz16

Tekstblz 17

Tekstblz 18

Website_Design_NetObjects_Fusion